Onderzoek
In de periode 2011 – 2014 implementeren 158 scholen in het primair en voortgezet onderwijs vijf verschillende innovatieconcepten. Tegelijkertijd wordt onderzocht wat de effecten van deze innovaties zijn op de arbeidsproductiviteit. Op papier zijn het kansrijke ideeën, maar het is nog niet bekend of de concepten ook echt goed werken in de praktijk. Treedt het effect dat bij de voortrekkerscholen verwacht wordt ook op bij de scholen die het concept gaan overnemen? Welke maatregelen moeten scholen nemen om ervoor te zorgen dat de invoering van het innovatieconcept tot een succes leidt?
Daarom wordt onderzoek gedaan naar de effecten van de innovaties op de arbeidsproductiviteit, op de kwaliteit van het onderwijs en op de werkdruk van leraren. Er wordt gestreefd naar zuiver wetenschappelijk onderzoek. De groep scholen die zich in heeft geschreven, is daarom verdeeld over een experimentgroep (die de innovatie gaat invoeren) en een controlegroep (die de innovatie níet gaat invoeren). Ook de scholen die hebben meegewerkt aan één van de geselecteerde innovatieconcepten (voortrekkerscholen) schrijven zich in. Deze scholen hebben echter een aparte positie en worden automatisch aan de experimentgroep toegewezen.
Voor de 4 innovatieconcepten in het voortgezet onderwijs dient de experimentschool tevens als controleschool. Dit is mogelijk omdat de innovatie slechts in een gedeelte van de school plaats vindt. Een ander deel van de school kan als controlegroep dienen. Alleen voor het innovatieconcept SlimFit wordt met aparte controlescholen gewerkt.
Wat gebeurt er met scholen in de controlegroep?
Scholen die zijn geselecteerd voor de controlegroep voeren de voorgestelde innovatie niet in. Zij worden gedurende de looptijd van het experiment gevolgd, zodat de verschillen in arbeidsproductiviteit tussen de experimentscholen en controlescholen kunnen worden gemeten. Ook op de controlescholen zal dus onderzoek worden gedaan. Om tegemoet te komen aan deze onderzoekslast, die zo klein mogelijk wordt gehouden, krijgen controlescholen een financiële tegemoetkoming van € 10.000. Voor de 4 innovatieconcepten in het voortgezet onderwijs dient de experimentschool tevens als controleschool. Dit is mogelijk omdat de innovatie slechts in een gedeelte van de school plats vindt. Een ander deel van de school kan als contoleschool dienen. Alleen voor het innovattieconcept SlimFit wordt met aparte controlescholen gewerkt.
Belang van het onderzoek
Met de InnovatieImpuls Onderwijs willen we kennis verzamelen over de (netto) effecten op de arbeidsproductiviteit van de door scholen geïmplementeerde innovaties. Welke innovatieve maatregelen leiden tot een verhoging van de arbeidsproductiviteit met behoud van de onderwijskwaliteit en zonder de werkdruk te verhogen? De uitkomsten van het onderzoek van de InnovatieImpuls Onderwijs kunnen richtinggevend zijn voor het onderwijs in het komende decennium. Het is derhalve van groot belang dat scholen zowel in de experimentele als in de controlegroep tot het jaar 2015 hun volledige medewerking blijven verlenen aan het onderzoek.
Even bijpraten met … Arjan Heyma
Arjan Heyma is namens SEO Economisch Onderzoek projectcoördinator van het onderzoek naar de effecten van de vijf concepten van de InnovatieImpuls Onderwijs.
Waarom is het voor jou als onderzoeker leuk om bij dit project betrokken te zijn?
Voor mij als onderzoeker is het een unieke kans om innovaties te mogen toetsen op effectiviteit in de praktijk. Meestal meet je als onderzoeker vooral achteraf, maar in dit onderzoek kunnen we meekijken terwijl de innovatie ontwikkeld wordt. Zo kunnen we vooraf, tijdens en achteraf meten. Binnen de sociale wetenschappen krijg je als onderzoeker zelden de kans om zo’n onderzoek in de praktijk uit te voeren. Dat maakt de InnovatieImpuls Onderwijs ook voor ons onderzoekers bijzonder.
Informatiebladen en planning
In januari 2011 zijn de 158 experimentscholen van start gegaan met de implementatie van hun innovatieconcept. Gedurende de komende vier jaar zullen de ontwikkelingen op scholen gevolgd worden door onderzoekers van SEO en ResearchNed. Gestart wordt met een nulmeting bij alle concepten. In maart en april ontvangen alle scholen hiervoor de digitale vragenlijsten. De nulmeting bestaat uit een vragenlijst aan de schoolleider en een vragenlijst waarin administratieve gegevens (‘administratieve uitvraag’) gevraagd worden.
Bent u geïnteresseerd in de achtergronden van het onderzoek?
Lees meer »

