Projectbeschrijving en Planning

Het project InnovatieImpuls Onderwijs loopt over meerdere jaren en heeft zeven fasen

Fase 1 Oriëntatie: september – oktober 2009

Tijdens deze fase heeft op vier plaatsen in Nederland een regionale bijeenkomst plaatsgevonden. Scholen en andere betrokkenen zijn geïnformeerd over de doelen en achtergrond van de InnovatieImpuls en -voor zover- mogelijk over de regeling. Het inspireren tot het nadenken over innovatieve ideeën was in deze fase het meest van belang. De ideeën die uit de bijeenkomsten zijn gekomen zijn geclusterd. Scholen die daadwerkelijk hun innovatieve ideeën wilden gaan ontwikkelen tot zogenaamde innovatieconcepten zijn als ‘voortrekker’ geïdentificeerd.

Fase 2 Ontwikkeling innovatieconcepten: oktober 2009 – februari 2010


In deze fase zijn de voortrekkers aan de slag gegaan met het uitwerken van hun ideeën. De formulering van doordachte innovatieconcepten stond in fase 2 dus centraal. Ter ondersteuning van de voortrekkerscholen hebben in november en januari twee verdiepingsbijeenkomsten plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomsten konden de voortrekkerscholen contact leggen met andere scholen die in hun concept geïnteresseerd waren. Elk van de projectgroepen die hierdoor is ontstaan is vervolgens gekoppeld aan een zogenaamde kritische vriend. Deze deskundige kon ondersteuning bieden bij de ontwikkeling van een concreet innovatieconcept. Een van de beoordelingscriteria van dit uiteindelijke concept is de meetbaarheid van de resultaten. Om die reden stond de tweede verdiepingsbijeenkomst in het teken van het onderzoek en hebben onderzoekers in de vorm van consults hulp geboden bij het opstellen van een onderzoeksdesign. Aan het eind van deze fase zijn  45 innovatieconcepten ingediend bij Agentschap NL (voorheen SenterNovem).

Fase 3 Beoordeling innovatieconcepten door jury: 15 februari – 8 april


In de periode tussen 15 februari en 25 maart beoordeelt de jury alle ingediende concepten en maakt een selectie van de meest kansrijke. Hierbij worden verschillende criteria gehanteerd. Deze criteria zijn in vraagvorm verwoord in het indieningsformulier en komen op hoofdlijnen neer op:  
• De mate van arbeidsproductiviteitsverhoging die naar verwachting wordt gerealiseerd met een innovatieconcept
• De mate waarin de effecten van een innovatieconcept goed kunnen worden onderzocht
• De mate waarin het innovatieconcept ingevoerd kan worden door andere scholen (opschaalbaarheid)
• De verhouding van de kosten van het innovatieconcept en de verwachte baten in termen van arbeidsproductiviteitsverhoging 

Het indieningsformulier, inclusief de daarbij behorende bijlagen, is het enige dat wordt beoordeeld. 
Extra toegevoegde bijlagen worden niet meegenomen in de beoordeling. De jury brengt haar advies uit aan de minister. Op 8 april maakt de minister van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de geselecteerde innovatieconcepten bekend en worden deze gepubliceerd. 

Fase 4 Inschrijven scholen op winnende concepten: 9 april – 1 mei


De gepubliceerde innovatieconcepten zijn de concepten waarop alle geïnteresseerde scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs zich kunnen inschrijven, om –na het schrijven van een gedegen projectplan– in oktober in aanmerking te komen voor subsidie. Dit zijn de voortrekkerscholen die hebben gewerkt aan de ontwikkeling van de winnende concepten, maar ook voortrekkerscholen wiens eigen concept niet heeft gewonnen, en verder alle andere geïnteresseerde scholen uit het hele land die tot dan toe wellicht helemaal niet bij de InnovatieImpuls betrokken zijn geweest. De winnende concepten bepalen deels de voorwaarden voor inschrijving. Op een innovatieconcept voor PO, kunnen bijvoorbeeld alleen PO-scholen inschrijven. Zo zullen er meer voorwaarden worden geformuleerd voor inschrijving op de concepten.

Experiment- en controlegroepen worden samengesteld: 1 mei – 15 mei
De groep scholen die een projectplan gaat schrijven voor de implementatie van een bepaald concept, wordt bij voorbaat ingeperkt. Dit heeft twee redenen. 

1) Er is onvoldoende budget om alle geïnteresseerde scholen in oktober subsidie te verstrekken voor de implementatie van de innovatieconcepten en OCW wil zo min mogelijk scholen moeten afwijzen om budgettechnische redenen terwijl er veel werk is gestopt in het uitwerken van projectplannen. 

2) Onderzoek naar ‘wat werkt’ (effectmeting) is een belangrijk onderdeel van de InnovatieImpuls. Er wordt gestreefd naar zuiver wetenschappelijk effectonderzoek. Bij die innovatieconcepten waar het evaluatiedesign een dergelijke effectmeting bevat, moet de groep scholen die zich inschrijft verdeeld worden over een experimentgroep en een controlegroep. Voortrekkerscholen die hebben meegewerkt aan een winnend concept worden overigens automatisch aan de experimentgroep toegewezen. Deze voorkeurspositie geldt voor maximaal 8 voortrekkerscholen per innovatieconcept. 

Bekendmaking experiment- en controlescholen: 15 mei
Uiterlijk 15 mei wordt de uitslag van de verdeling bekend gemaakt aan de scholen en weten scholen of zij in de experimentgroep of in de controlegroep zitten of helemaal zijn uitgeloot. Scholen die worden ingeloot in de experimentgroep kunnen een projectplan gaan uitwerken, waarmee ze in oktober subsidie aanvragen voor de daadwerkelijke implementatie van de innovatieve maatregelen. Scholen die worden ingeloot in de controlegroep mogen de innovatie op het gebied van arbeidsproductiviteit gedurende de looptijd van het experiment niet doorvoeren en hoeven dus ook geen projectplan te schrijven. Zij worden, net als de experimentscholen zelf, gevolgd gedurende de looptijd van het experiment, zodat de verschillen in arbeidsproductiviteit tussen de experimentscholen en controlescholen kunnen worden gemeten. Ook op de controlescholen zal dus onderzoek worden gedaan. Om tegemoet te komen aan deze onderzoekslast, krijgen controlescholen een financiële vergoeding. De onderzoekslast voor zowel de controlescholen als ook voor de experimentscholen wordt uiteraard zo klein mogelijk gehouden.

Fase 5 Vertalen innovatieconcept naar eigen school: 15 mei – 1 oktober


De experimentscholen schrijven een individueel projectplan waarin duidelijk wordt hoe het gekozen innovatieconcept binnen hun schoolspecifieke context vorm zal krijgen. De kaders van het innovatieconcept (inhoud, begroting, planning, evaluatiedesign) moeten worden gehandhaafd. Het projectplan is dus een schoolspecifieke uitwerking van het innovatieconcept. De scholen kunnen hierbij ondersteuning krijgen van een kritische vriend. Deze ondersteuning wordt in de vorm van subsidie aangevraagd.

Fase 6 Subsidie aanvragen en toekenning: 1 oktober – 15 november 2010


Uiterlijk 1 oktober moeten alle experimentscholen hun projectplan indienen bij Agentschap NL om in aanmerking te komen voor subsidie voor de implementatie, uitvoering en evaluatie van de innovatieve  maatregelen uit het innovatieconcept. Met het indienen van het projectplan worden dus twee subsidies tegelijkertijd aangevraagd: de ondersteuning door de kritische vriend bij de uitwerking van het  projectplan en de ‘echte’ subsidie voor de implementatie, uitvoering en evaluatie van de innovatieve maatregelen om de arbeidsproductiviteit te verhogen. Er wordt nog een standaard formulier ontwikkeld voor de indiening van het projectplan.
Agentschap NL zal de ingediende projectplannen beoordelen aan de hand van criteria. Deze criteria  staan in de regeling die in maart zal worden gepubliceerd. 

Fase 7 Experimenteren en spin-off! december 2010 – uiterlijk 1 januari 2015


Zodra de subsidie is toegekend aan de experimentscholen gaan zij aan de slag met het implementeren van en experimenteren met de innovatieve maatregelen. Dit duurt zolang als nodig, zoals in de planning behorende bij het projectplan is uitgewerkt, maar tot uiterlijk 1 januari 2015. De regeling loopt tot 1 januari 2015, wat betekent  dat de subsidie voor die tijd moet zijn besteed. De effectmeting vindt plaats tijdens de gehele periode van implementatie en uitvoering.

Sitemap