Beoordeling en criteria

Hoewel onderstaande criteria een goed beeld geven van de verwachtingen en vereisten mbt een innovatieconcept, kan deze versie nog een op een enkel punt worden gewijzigd. Het betreft dus een concept versie van de criteria.

Beoordelingsmomenten tijdens het proces

Het proces van de InnovatieImpuls verloopt in het kort als volgt. Allereerst worden innovatieconcepten ontwikkeld. Dit wordt gedaan door (groepen van) scholen, met één school als trekker en ondersteuning door deskundigen/adviseurs (kritische vrienden) en onderzoekers. De ontwikkelde innovatieconcepten worden uiteindelijk beoordeeld door een jury. Na bekendmaking van het oordeel van de jury kunnen geïnteresseerde scholen zich aanmelden voor één van de geselecteerde innovatieconcepten. Aangemelde scholen schrijven vervolgens een individueel projectplan waarin duidelijk wordt hoe het gekozen innovatieconcept binnen hun schoolspecifieke context vorm zal krijgen. Scholen krijgen ook in deze fase weer ondersteuning van deskundigen en onderzoekers. Uiteindelijk worden de projectplannen beoordeeld op basis van nog te bepalen subsidievoorwaarden, waarna scholen wiens plan wordt gehonoreerd, aan de slag kunnen met de daadwerkelijke implementatie van het projectplan. De subsidie is bedoeld voor de kosten die scholen maken voor uitvoering van het project: implementatie van de maatregel, uitrol hiervan (experimenteerfase) en evaluatie. Het gaat hierbij dus om opstart- en onderzoekskosten.

Volgende uit dit proces, zijn er drie momenten waarvoor criteria zijn of worden opgesteld:

  • Beoordeling van de innovatieconcepten door een onafhankelijke jury
  • Toetsing van de inschrijvingen van scholen op de innovatieconcepten
  • Beoordeling van de subsidieaanvragen (op basis van de projectplannen) van individuele scholen

Criteria

Op dit moment zijn alleen nog de criteria voor de beoordeling van de innovatieconcepten vastgesteld. Deze lijst met criteria nog zal worden vervat in een format dat door de voortrekkende scholen (in samenwerking met de kritische vrienden en onderzoekers) kan worden ingevuld bij indiening van het innovatieconcept. De volgende criteria worden in het format verwerkt, waarbij scholen aannemelijk moeten maken dat hun innovatieconcept hieraan voldoet:

Algemeen:

  1. De maatregel leidt tot een hogere arbeidsproductiviteit van leraren (met minder leraren dezelfde of hogere resultaten bereiken).
  2. Het innovatieconcept dient primair gericht te zijn op een organisatorische innovatie (waarbij uiteraard niet kan worden uitgesloten dat deze organisatorische verandering tevens onderwijskundige gevolgen heeft). Concreet betreft het een innovatieve maatregel met als doel een verandering van de organisatie van het werk, een andere inrichting en aansturing van de (primaire en secundaire) werkprocessen, een andere arbeidsdeling, een andere taakverdeling en een betere benutting van ICT.
  3. De maatregel mag niet leiden tot een hogere ervaren werkdruk of werkbelasting van de leraren en mag niet ten koste gaan van de onderwijskwaliteit. De onderwijskwaliteit moet minimaal op hetzelfde niveau blijven en de continuïteit van het onderwijsproces gegarandeerd.
  4. De maatregel dient duurzaam en toekomstgericht te zijn en moet ingebed kunnen worden in het integrale beleid van een school.


Onderzoek en effectmeting:

  1. In het projectvoorstel is een evaluatiedesign opgenomen, waarin wordt beschreven hoe de effecten van de maatregel zullen worden gemeten.
  2. De beoogde resultaten van de maatregel zijn zodanig gedefinieerd dat ze meetbaar zijn in kwantitatieve zin op bestuursniveau, op schoolniveau en op het niveau van de leerkracht.
  3. Toegelicht wordt op welke wijze het realiseren van de beoogde resultaten een bijdrage levert aan de verhoging van de arbeidsproductiviteit. Hiermee wordt dus de causale relatie tussen maatregel, (tussen-)resultaten en eindeffect (verhoging van de arbeidsproductiviteit) beschreven.
  4. Het effect van de maatregel op de arbeidsproductiviteit, de werkdruk en de kwaliteit van het onderwijs is meetbaar.
  5. Aangegeven moet worden wanneer in de tijd het bij 4) bedoelde effect vastgesteld c.q. gemeten kan worden.
  6. De resultaten van de maatregel zijn generaliseerbaar naar – in ieder geval – (urgentie)scholen van hetzelfde schooltype.


Overdraagbaarheid:

  1. De maatregel is uitvoerbaar door andere scholen van in ieder geval hetzelfde schooltype (en is dus niet zo schoolspecifiek dat deze nergens anders kan worden toegepast).
  2. Het onderzoek naar de (effecten van de) maatregel levert tevens kritische factoren op voor succesvolle implementatie van de betreffende maatregel.


Financiën en inzet van middelen:

  1. De maatregel mag, zowel tijdens de uitvoering van het project als op de langere termijn, geen extra formatie aan leraren kosten. De projectfase is de fase waarin de maatregel wordt geïmplementeerd, uitgerold en geëvalueerd.
  2. Na afronding van het project (implementatie, uitrol en evaluatie) moet men weer toe kunnen met de reguliere bekostiging, met andere woorden, de verandering moet structureel bekostigd worden binnen de reguliere begroting.
  3. In het projectvoorstel is een begroting opgenomen met een overzicht van de kosten die een school maakt voor uitvoering van het project (implementatie, uitrol en evaluatie van de maatregel).
  4. In de projectbegroting wordt in ieder geval onderscheid gemaakt tussen de volgende kostenposten: effectmeting, inzet deskundigen, materieel, tijdelijke formatie van de school (voor projectleiding en procescoördinatie).
  5. De kosten van het project moeten in verhouding staan tot de baten c.q. de opbrengsten in termen van een verhoogde arbeidsproductiviteit..


Verder dient in het projectvoorstel opgenomen te zijn:

  • een (globale) planning c.q. duur van het implementatieproces
  • benodigde voorbereidingstijd (voor de implementatie)
  • welke expertise/deskundigheid vereist is

Ook een mooi concept?

Mail naar info@innovatieimpulsonderwijs.nl
om je aan te melden.

Ontwikkel je al een concept?

Kijk onder Meedoen voor informatie
en formulieren.

Sitemap