Onderzoeksdoelstelling
Het onderwijs staat voor een grote uitdaging: hoe handhaven we de kwaliteit en zorgen we dat de werkdruk niet toeneemt wanneer een groot aantal leraren als gevolg van de vergrijzing het onderwijs verlaat? Na diverse bijeenkomsten is een aantal scholen in het primair en voortgezet onderwijs (hierna genoemd ‘voortrekkerscholen’) aan de slag gegaan met het bedenken van ideeën die bijdragen aan het opvangen van het lerarentekort. Dit heeft geleid tot 44 innovatieve concepten. Een onafhankelijke jury onder leiding van Alexander Rinnooy Kan heeft de meest kansrijke concepten geselecteerd. Deze zijn op 8 april 2010 bekend gemaakt en vervolgens gepubliceerd in de Staatscourant. Een groep scholen in het primair en/of voortgezet onderwijs kan deze innovatieconcepten verder uitwerken en invoeren. Scholen die deze uitdaging aan willen gaan, kunnen zich tot en met 1 mei 2010 inschrijven.
De bedoeling is dat een groep scholen de innovatieconcepten invoert in de periode 2011 – 2014. Tegelijkertijd wordt onderzocht wat de effecten van deze innovaties zijn op de arbeidsproductiviteit. Op papier zijn het kansrijke ideeën, maar het is nog niet bekend of de concepten ook echt goed werken in de praktijk. Treedt het effect dat bij de voortrekkerscholen verwacht wordt ook op bij de scholen die het concept gaan overnemen? Welke maatregelen moeten scholen nemen om ervoor te zorgen dat de invoering van het innovatieconcept tot een succes leidt?
Daarom wordt onderzoek gedaan naar de effecten van de innovaties op de arbeidsproductiviteit, op de kwaliteit van het onderwijs en op de werkdruk van leraren. Er wordt gestreefd naar zuiver wetenschappelijk onderzoek. De groep scholen die zich inschrijft, wordt daarom verdeeld over een experimentgroep (die de innovatie gaat invoeren) en een controlegroep (die de innovatie níet gaat invoeren). Ook de scholen die hebben meegewerkt aan één van de geselecteerde innovatieconcepten (voortrekkerscholen) schrijven zich in. Deze scholen hebben echter een aparte positie en worden automatisch aan de experimentgroep toegewezen. Deze voorkeurspositie geldt voor maximaal 8 voortrekkersscholen per innovatieconcept. Daarnaast worden in geval van overinschrijving de inschrijvingen van urgentiescholen met voorrang behandeld, in die zin dat zij als eerste worden verdeeld over de experiment- en controlegroep. Urgentiescholen zijn scholen die een relatief hoog percentage leraren in dienst hebben van 55 jaar en ouder. Uiterlijk 15 mei 2010 wordt de uitslag van de verdeling bekend gemaakt en weten scholen of zij in de experimentgroep of in de controlegroep zitten of helemaal zijn uitgeloot.
Wat zijn de vervolgstappen als onze school is geselecteerd?
Scholen die worden geselecteerd voor de experimentgroep komen in aanmerking voor subsidie voor de invoering van het concept binnen hun school. Daarvoor is het nodig dat zij eerst een projectplan opstellen, waarin wordt beschreven hoe het innovatieconcept binnen de eigen school vorm zal krijgen.
Het projectplan dient wel binnen de kaders van het innovatieconcept te passen. Vanzelfsprekend komt het bij het uitwerken van een concept binnen de eigen school ook aan op het verwerven van draagvlak bij ouders, leerlingen en leraren. Scholen kunnen in de periode tot 1 oktober ondersteuning krijgen en van elkaar leren. Voor deze ontwikkelingsfase is ook subsidie beschikbaar. Nadere informatie over de regeling vind je hier.
Zodra de subsidie is toegekend aan de experimentscholen (rond 15 november) gaan zij aan de slag met de invoering van de innovatieve maatregelen. Dit duurt zolang als nodig, zoals in de planning behorende bij het projectplan is uitgewerkt, maar tot uiterlijk 1 januari 2015. De effectmeting vindt plaats tijdens de gehele periode van de uitvoering.
Wat gebeurt er als onze school in de controlegroep zit?
Scholen die worden geselecteerd voor de controlegroep voeren de voorgestelde innovatie niet in. Zij worden gedurende de looptijd van het experiment gevolgd, zodat de verschillen in arbeidsproductiviteit tussen de experimentscholen en controlescholen kunnen worden gemeten. Ook op de controlescholen zal dus onderzoek worden gedaan. Om tegemoet te komen aan deze onderzoekslast, die zo klein mogelijk wordt gehouden, krijgen controlescholen een financiële tegemoetkoming van € 10.000.
Belang van het onderzoek
Met de InnovatieImpuls Onderwijs willen we kennis verzamelen over de (netto) effecten op de arbeidsproductiviteit van de door scholen geïmplementeerde innovaties. Welke innovatieve maatregelen leiden tot een verhoging van de arbeidsproductiviteit met behoud van de onderwijskwaliteit en zonder de werkdruk te verhogen? De uitkomsten van het onderzoek van de InnovatieImpuls Onderwijs kunnen richtinggevend zijn voor het onderwijs in het komende decennium. Het is derhalve van groot belang dat scholen zowel in de experimentele als in de controlegroep tot het jaar 2015 hun volledige medewerking blijven verlenen aan het onderzoek.